Het netvlies (de retina) bevat de lichtgevoelige cellen van het oog en bekleedt de binnenzijde van de achterkant van het oog. Maculadegeneratie is een aandoening van het centrale gedeelte van het netvlies, de gele vlek (macula lutea). Deze gele vlek is het middelpunt van het netvlies.
In de macula bevindt zich het grootste aantal van het type lichtgevoelige cellen dat contrast en kleuren kan waarnemen: de kegeltjes. Dankzij de macula is het centrale, scherpe zien mogelijk. Het scherp zien is nodig bij onder meer lezen, tv kijken, autorijden en in het donker kijken.
Het overige deel van het netvlies zorgt voor het perifere zien (dit wil zeggen: het zicht om het centrale zien heen). Het beslaat een veel groter gebied van het gezichtsveld dan het centrale zien. Het perifere zien mist echter de scherpte van het centrale zien, maar is noodzakelijk om nergens tegenaan te lopen.
Maculadegeneratie ontstaat wanneer de kegeltjes in de macula afsterven. Dit veroorzaakt een achteruitgang of verlies van het gezichtsvermogen in het centrale, scherpe zien. Hierdoor is het oog minder goed tot slecht in staat details en kleuren waar te nemen. Het perifere zien blijft in de meeste gevallen gespaard, zodat men in staat blijft om zijn weg in huis en daar buiten min of meer zelfstandig te vinden, ook al mist men dan scherpte. De aandoening treedt meestal op bij het ouder wordende oog. Vaak wordt maculadegeneratie slijtage van het netvlies genoemd.
Maculadegeneratie (MD) is een verzamelnaam voor vele aandoeningen. Het is dan ook niet vreemd dat MD zich niet bij iedereen op dezelfde manier uit. Sommige mensen zien een wazige of donkere vlek, die overal zit waar je naar kijkt. Bij anderen openbaart MD zich door vervormingen van het beeld. Ook het verloop van MD kan verschillend zijn. In de meeste gevallen (de droge vorm) verloopt het proces langzaam. Dit maakt het voor veel mensen moeilijk aan te geven wanneer het slechter zien is begonnen.
In andere gevallen (de natte vorm) kan het proces zeer snel gaan. Je ziet dan van de ene op de andere dag vervormingen in het beeld, waarna de gezichtsscherpte sterk afneemt. De diverse vormen van MD hebben allemaal één ding gemeen. Door uitval van de lichtgevoelige cellen in de macula is de gezichtsscherpte sterk gedaald.
De oogarts wil bij verdenking van MD vaak een OCT-scan laten maken. Dit onderzoek maakt gebruik van infrarood licht om het netvlies en de oogzenuw beter zichtbaar te maken. De oogarts beoordeelt de informatie die uit het onderzoek is gekomen en stelt eventueel met u een behandelplan op. Voor dit onderzoek is een speciaal spreekuur waar het onderzoek en de uitslag op dezelfde dag plaatsvinden en u direct weet waar u aan toe bent.
In veruit de meeste gevallen is er medisch weinig tot niets te doen aan dit degeneratieproces. Geruststellend om te weten is dat MD zelden tot volledige blindheid leidt. Voor diegene met MD en zijn/haar omgeving is het daarom belangrijk te leren omgaan met de beperking van het gezichtsvermogen. Een eventuele behandeling hangt sterk af van het type MD. Voor de meeste van de moderne behandeltechnieken geldt dat ze ontwikkeld zijn voor natte MD en dat ze vooral de gevolgen van de ziekte bestrijden, maar niet de oorzaak wegnemen. Schade die eenmaal aan het netvlies is ontstaan door natte of andere vormen van MD kan helaas nog niet worden hersteld. Voor droge MD kunnen bepaalde voedingssupplementen worden gebruikt. Studies hebben aangetoond dat voedingssupplementen de progressie van droge MD kunnen vertragen. Uw oogarts kan u hier meer over vertellen.
In vroege stadia van natte MD kan het ziekteproces met behulp van vaatgroeiremmers, die in het oog worden gespoten, tot stilstand worden gebracht. Sinds 2007 wordt natte MD in de meeste gevallen behandeld met vaatgroeiremmers zoals: Avastin of Lucentis. Deze medicijnen remmen de vaatgroeifactor VEGF, een stof die de vaten onder het netvlies laat groeien, welke lekkage van vocht en bloed veroorzaken.
De behandeling met de injecties is in principe pijnloos. Het oog wordt verdoofd door middel van druppels. De oogarts zorgt ervoor dat het oog goed is schoongemaakt waarna er een soort bekertje op het oog wordt geplaatst, om de injectie te begeleiden. De volgende dag belt de doktersassistent u op om te vragen hoe het met u gaat.
Deze injecties moeten meestal met regelmaat worden herhaald. Door deze herhaling wordt de behandeling soms als belastend ervaren, maar voorkomt bij de meeste mensen met natte MD wél een verdere achteruitgang, en gaat (ongeveer) 1/3 van de behandelde patiënten zelfs beter zien.
De beschikbaarheid van vaatgroeiremmers betekent een enorme verbetering in het vooruitzicht voor patiënten met natte MD. Mensen die pas in een laat stadium bij de oogarts komen, kunnen echter toch nog slechtziend worden door de aandoening. Vroege opsporing is dus erg belangrijk.
Op de site van de Maculadegeneratie Vereniging is meer informatie te vinden.
Interesse? Klik hier voor meer informatie: